Eindelijk was-ie daar dan. Ik was nog op een draf naar het station gelopen in de ijdele hoop dat de trein van 16.00 uur dit keer wel op tijd zou vertrekken. Dertig minuten vertraging, hoorde ik al voordat ik het perron op liep. M’n afspraak in Deventer kon ik dus wel vergeten en een half uurtje extra doorbrengen op het station in Apeldoorn is ook al geen feest.
Maar goed, zoals beloofd, kwam de het ijzeren monster tegen half vijf op perron 3ª binnenrollen. Het was druk en ik nam dan ook maar plaats op het balkon. Een erg flatteuze naam voor dit vieze en sober ingerichte halletje, waarvan de vloer bedekt was met kauwgomresten en uitgetrapte peuken. Juist op het moment dat de conducteur ons zou wegblazen stormde een knap uitziende jongeman het balkon op. Op de achtergrond galmde de intercom een bericht waarvan we alleen het laatste flard konden verstaan: “de intercitytrein naar Enschede met een vertraging van dertig minuten.” Het kwam me bekend voor; ik had het al minstens vier keer gehoord. De jongeman die bijna tegen me aan hing schrok echter van de mededeling en vroeg me onthutst: “Is dit dan niet de trein naar Enschede van half vijf?” Hij wilde al weer vluchten, maar ik stelde hem gerust. “Nee, het is niet de trein van half vijf naar Enschede, maar die van vier uur.”
“Goddank”, zei hij “dan heb ik ook nog tijdwinst geboekt!”